Rekening houdend dat de opdracht van de gemeenten bestaat in het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen en dat deze bevoegdheid met name betrekking heeft op het handhaven van de openbare gezondheid.
Rekening houdend dat er dringend maatregelen moeten worden genomen om de heropflakkering van het Covid-19 virus tegen te gaan in het kader van de bescherming van de openbare gezondheid.
Rekening houdend dat de burgemeester gezien de hoogdringendheid van de situatie, het dagelijks stijgen van het aantal besmettingen, van oordeel is dat hij het advies van de gemeenteraad niet kan afwachten.
Rekening houdend dat dit besluit door de gemeenteraad moet worden bevestigd op de eerstvolgende vergadering, op straffe van verval.
Artikel 134, §1 van de Nieuwe Gemeentewet.
De verschillende ministeriële besluiten inzake de dringende maatregelen om de verspreiding van het Covid-19 virus te beperken, en latere wijzigingen.
Het besluit van de burgemeester van 20 mei 2020, voorgelegd aan de gemeenteraad van 29 juni 2020.
De berichtgevingen van het Crisiscentrum in het kader van het Covid-19 virus.
het dragen van mondmaskers voor bezoekers vanaf de leeftijd van 12 jaar op de wekelijkse openbare markt te verplichten. Wanneer dit omwille van medische redenen niet mogelijk is, mag een gelaatsscherm gedragen worden;
dit besluit in werking te laten treden vanaf heden en geldig te laten blijven zolang de hogere overheden in het kader van COVID-maatregelen aanbevelen om mondmaskers te dragen op openbare plaatsen;
de politieverordening bekend te maken in overeenstemming met de artikelen 286 en 287 van het DLB.
Een afschrift van deze politieverordening conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet toe te zenden aan de deputatie van de provincieraad, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.
De politieverordening kenbaar te maken aan de provinciaal sanctionerend ambtenaar.
De verplichting tot het dragen van mondmaskers uit te hangen aan de drie ingangen van de openbare markt;
inbreuken op deze politieverordening te bestraffen met een administratieve sanctie;
overeenkomstig artikelen 14 en 19, 2e lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tegen deze beslissing een beroep tot opschorting en nietigverklaring worden ingesteld bij de Raad van State, wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, binnen zestig dagen vanaf de kennisgeving of bekendmaking. Dit beroep kan worden ingesteld door middel van een aangetekend verzoekschrift dat is ondertekend door de partij of door een advocaat die is ingeschreven op de tabel van de Orde van Advocaten;
deze politieverordening ter bekrachtiging voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.